Infinitiefplonger
Tegenwoordig deelwoordplongeant
Voltooid deelwoordplongé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jeplonge
tuplonges
il, elle, onplonge
nousplongeons
vousplongez
ils, ellesplongent

Onvoltooid verleden tijd

jeplongeais
tuplongeais
il, elle, onplongeait
nousplongions
vousplongiez
ils, ellesplongeaient

Verleden tijd

jeplongeai
tuplongeas
il, elle, onplongea
nousplongeâmes
vousplongeâtes
ils, ellesplongèrent

Toekomende tijd

jeplongerai
tuplongeras
il, elle, onplongera
nousplongerons
vousplongerez
ils, ellesplongeront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jeplonge
que tuplonges
qu'ilplonge
que nousplongions
que vousplongiez
qu'ilsplongent

Onvoltooid verleden tijd

que jeplongeasse
que tuplongeasses
qu'ilplongeât
que nousplongeassions
que vousplongeassiez
qu'ilsplongeassent

Voorwaardelijke wijs

jeplongerais
tuplongerais
il, elle, onplongerait
nousplongerions
vousplongeriez
ils, ellesplongeraient

Gebiedende wijs

(tu)plonge
(nous)plongeons
(vous)plongez

Vertalingen

Catalaans
bussejar
Duits
stürzen; tauchen
Engels
to dive; to plunge
Spaans
bucear; zambullirse
Italiaans
immergersi; tuffarsi
Nederlands
duiken
Portugees
mergulhar