Infinitiefexcuser
Tegenwoordig deelwoordexcusant
Voltooid deelwoordexcusé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

j'excuse
tuexcuses
il, elle, onexcuse
nousexcusons
vousexcusez
ils, ellesexcusent

Onvoltooid verleden tijd

j'excusais
tuexcusais
il, elle, onexcusait
nousexcusions
vousexcusiez
ils, ellesexcusaient

Verleden tijd

j'excusai
tuexcusas
il, elle, onexcusa
nousexcusâmes
vousexcusâtes
ils, ellesexcusèrent

Toekomende tijd

j'excuserai
tuexcuseras
il, elle, onexcusera
nousexcuserons
vousexcuserez
ils, ellesexcuseront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que j'excuse
que tuexcuses
qu'ilexcuse
que nousexcusions
que vousexcusiez
qu'ilsexcusent

Onvoltooid verleden tijd

que j'excusasse
que tuexcusasses
qu'ilexcusât
que nousexcusassions
que vousexcusassiez
qu'ilsexcusassent

Voorwaardelijke wijs

j'excuserais
tuexcuserais
il, elle, onexcuserait
nousexcuserions
vousexcuseriez
ils, ellesexcuseraient

Gebiedende wijs

(tu)excuse
(nous)excusons
(vous)excusez

Vertalingen

Catalaans
disculpar; excusar; perdonar
Engels
to excuse; to pardon
Spaans
disculpar; excusar; perdonar
Italiaans
scusare
Nederlands
excuseren; verontschuldigen
Portugees
escusar; perdoar