Infinitiefchauffer
Tegenwoordig deelwoordchauffant
Voltooid deelwoordchauffé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jechauffe
tuchauffes
il, elle, onchauffe
nouschauffons
vouschauffez
ils, elleschauffent

Onvoltooid verleden tijd

jechauffais
tuchauffais
il, elle, onchauffait
nouschauffions
vouschauffiez
ils, elleschauffaient

Verleden tijd

jechauffai
tuchauffas
il, elle, onchauffa
nouschauffâmes
vouschauffâtes
ils, elleschauffèrent

Toekomende tijd

jechaufferai
tuchaufferas
il, elle, onchauffera
nouschaufferons
vouschaufferez
ils, elleschaufferont

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jechauffe
que tuchauffes
qu'ilchauffe
que nouschauffions
que vouschauffiez
qu'ilschauffent

Onvoltooid verleden tijd

que jechauffasse
que tuchauffasses
qu'ilchauffât
que nouschauffassions
que vouschauffassiez
qu'ilschauffassent

Voorwaardelijke wijs

jechaufferais
tuchaufferais
il, elle, onchaufferait
nouschaufferions
vouschaufferiez
ils, elleschaufferaient

Gebiedende wijs

(tu)chauffe
(nous)chauffons
(vous)chauffez

Vertalingen

Catalaans
escalfar
Engels
to heat; to heat up; to warm; to warm up
Spaans
calentar
Italiaans
scaldare
Nederlands
stoken; verhitten; verwarmen
Portugees
aquecer; esquentar