Infinitiefbramer
Tegenwoordig deelwoordbramant
Voltooid deelwoordbramé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jebrame
tubrames
il, elle, onbrame
nousbramons
vousbramez
ils, ellesbrament

Onvoltooid verleden tijd

jebramais
tubramais
il, elle, onbramait
nousbramions
vousbramiez
ils, ellesbramaient

Verleden tijd

jebramai
tubramas
il, elle, onbrama
nousbramâmes
vousbramâtes
ils, ellesbramèrent

Toekomende tijd

jebramerai
tubrameras
il, elle, onbramera
nousbramerons
vousbramerez
ils, ellesbrameront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jebrame
que tubrames
qu'ilbrame
que nousbramions
que vousbramiez
qu'ilsbrament

Onvoltooid verleden tijd

que jebramasse
que tubramasses
qu'ilbramât
que nousbramassions
que vousbramassiez
qu'ilsbramassent

Voorwaardelijke wijs

jebramerais
tubramerais
il, elle, onbramerait
nousbramerions
vousbrameriez
ils, ellesbrameraient

Gebiedende wijs

(tu)brame
(nous)bramons
(vous)bramez

Vertalingen

Duits
brüllen
Engels
to bellow
Spaans
balar; bramar
Portugees
bramir