Infinitiefvicier
Tegenwoordig deelwoordviciant
Voltooid deelwoordvicié

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jevicie
tuvicies
il, elle, onvicie
nousvicions
vousviciez
ils, ellesvicient

Onvoltooid verleden tijd

jeviciais
tuviciais
il, elle, onviciait
nousviciions
vousviciiez
ils, ellesviciaient

Verleden tijd

jeviciai
tuvicias
il, elle, onvicia
nousviciâmes
vousviciâtes
ils, ellesvicièrent

Toekomende tijd

jevicierai
tuvicieras
il, elle, onviciera
nousvicierons
vousvicierez
ils, ellesvicieront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jevicie
que tuvicies
qu'ilvicie
que nousviciions
que vousviciiez
qu'ilsvicient

Onvoltooid verleden tijd

que jeviciasse
que tuviciasses
qu'ilviciât
que nousviciassions
que vousviciassiez
qu'ilsviciassent

Voorwaardelijke wijs

jevicierais
tuvicierais
il, elle, onvicierait
nousvicierions
vousvicieriez
ils, ellesvicieraient

Gebiedende wijs

(tu)vicie
(nous)vicions
(vous)viciez

Vertalingen

Catalaans
aviciar
Duits
verschmutzen
Engels
to spoil
Spaans
enviciar
Italiaans
viziare